Interview

Interview Arno Dierickx

Arno Dierickx: "Het niveauverschil tussen de jongens fascineerde me"

Bloedbroeders is de eerste speelfilm van Arno Dierickx. De Belgische regisseur studeerde aan de filmacademie HRITCS in Brussel. In 1997 maakte hij zijn eerste korte film, Thieves. Zijn televisiefilm Maria op zolder draaide op internationale festivals en won in 1998 het Gouden Kalf voor beste TV-drama. De afgelopen jaren regisseerde hij de Telefilm Zinloos, de korte films Bezet en De blauwe roos en afleveringen van Deadline, Vuurzee, Wet & waan en Russen. Dierickx over Bloedbroeders, een psychologisch drama naar de Baarnse moordzaak: “Ik wilde een universeel verhaal vertellen. Over erbij willen horen.”

Het idee

“Ik las voor het eerst over de Baarnse moordzaak in Vriend van verdienste, de roman van Thomas Rosenboom. Het verhaal boeide me. Ik vroeg Jan Bernard Bussemaker, de scenarioschrijver waarmee ik destijds aan een project werkte, of het geen goed idee was voor een film. Toen bleek dat hij tien jaar eerder al een script over die zaak had geschreven. Over de rechtszaak en de nasleep. Dat zou echter een te grote, complexe en kostbare productie worden. Bovendien was ik vooral geďnteresseerd in de periode die aan de moord vooraf ging. Daarom hebben Jan Bernard en ik een nieuw plan bedacht. Met zijn vaste scriptpartner Bert Bouma is hij vervolgens het scenario gaan schrijven, waarbij ik regelmatig commentaar leverde. Een bijzonder prettige samenwerking. Jan Bernard en Bert zijn onuitputtelijke schrijvers. Door hun stroom van ideeën, maar ook door hun flexibiliteit om het scenario regelmatig om te gooien.”

De essentie

“Bloedbroeders mocht niet een van de sensationele en veroordelende verhalen worden zoals ze nog steeds in de pers verschijnen. De combinatie van een moord, twee welgestelde jongens die worden verdedigd door een topadvocaat, die vroeger vrij komen en nu bij de rijkste Nederlanders horen, het ligt voor de hand daar verachtend op te reageren. Daar ben ik wars van. Ik wilde ook absoluut niet dat de film een natuurgetrouwe verhandeling zou worden, een weerspiegeling van wat destijds precies is gebeurd. Want dat weten we niet. Zo’n moord die op of over de rand van het begrijpelijke ligt, kun je ook bijna niet uitleggen. Als je dat probeert kom je in een moeras terecht. Daarom heb ik ervoor gekozen me vast te klampen aan wat ik wel kan begrijpen. Het niveauverschil tussen de jongens fascineerde me. Daarmee wilde ik een ander, universeel verhaal vertellen. Het verhaal van Simon, ons hoofdpersonage, die van lage komaf is en erbij wil horen. Bij zijn nieuwe, rijke vrienden Arnout en Victor. Dat is herkenbaar. Op zolder houden ze Ronnie verborgen die steeds meer een last voor ze wordt. Maar de film speelt zich dramatisch gezien beneden af. Daar hoopt Simon opgenomen te worden in het milieu van de Van Riebeecks. Binnen dat kader kunnen dingen dan misgaan en ontsporen. Mijn missie was de kijkers in een spagaat te brengen door ze te laten ervaren hoe een jongensstreek spelenderwijs, onbegrijpelijk en toch onafwendbaar ontaardt in een tragedie. De kijkers moeten sluipenderwijs begrip krijgen, zelfs sympathie voelen voor de moordenaars. Uiteindelijk zelfs meer dan voor het slachtoffer dat zo gruwelijk om het leven komt.”

Simon

“Wij hebben ervoor gekozen om de vier jongens heel verschillend te typeren. Iedereen heeft zijn eigenaardigheden. Simon is zeer intelligent, maar zijn sociaal-emotionele ontwikkeling is daar ver bij achtergebleven. Hij kan goed leren, is de slimste van de klas, maar is slecht in mensen en situaties inschatten. Voor de hand liggende menselijke inzichten ontbeert hij. Simon is verblind door de pracht en praal bij de Van Riebeecks. Hij ziet niet hoe streng de vader is, dat de moeder ziek is en de oudste broer een verwende corpsbal. Hij is zo gefascineerd door Arnout dat hij gaandeweg steeds meer op hem probeert te lijken, in zijn houding en kleding. Dat hij erbij wil horen, wordt gelijk zijn valkuil. Hij heeft niet in de gaten dat hij voor de anderen alleen van belang is zolang er een probleem is op zolder.

Arnout

“Hij is de brutaalste van de klas, ziet er goed uit en de meisjes vallen op hem. Arnout heeft charisma. Maar net als een popster is hij ook snel verveeld. Mensen zoals Simon en Frederique zijn voor hem speelgoed, gebruiksvoorwerpen. Een leraar die hem straf geeft of zijn vader die streng is, dat doet hem niets. Arnout zoekt kicks, mensen die indruk op hem maken. Daarom is hij aanvankelijk gefascineerd door Ronnie met zijn destructieve ongrijpbaarheid, die hen meeneemt op avonturentochten met gejatte biertjes en brommers. De zwakte van Arnout is zijn lafheid als het erop aankomt. Daarom denk je tot het laatste dat hij zijn handen niet vuil zal maken aan moord.”

Victor

“Hij is het jongere broertje. Victor bungelt er een beetje bij. Hij staat in de schaduw van Arnout, maar wil ook opvallen, zich manifesteren. Met kattenkwaad dat soms naar sadisme neigt probeert hij zich te laten gelden. Hij is een schaduwbloempje met rare pieken. Voor die rol heb ik specifiek gezocht naar een jongen die motorisch nog iets slungelachtigs heeft. Anders zou hij gemener en doelgerichter overkomen. Terwijl Victor op zijn tijd ook heel geestig kan zijn.”

Ronnie

“Zonder het zelf te weten is Ronnie een getormenteerde ziel. Een echte straatvechter die weet dat fysieke kracht uiteindelijk de doorslag geeft. Dat is zijn taal en die gebruikt hij niet alleen voor anderen, maar ook voor zichzelf. Ronnie heeft een zelfdestructieve kant. Hij legt de grens voor zichzelf steeds een stukje verder. Voor je hem een klap kunt geven slaat hij zelf zijn hoofd tegen een automaat. Je krijgt geen grip op hem. Hij is hard voor anderen en voor zichzelf. Als ze dreigen hem op zolder geen eten meer te brengen, zegt hij: dat maakt niet uit, ik heb het niet nodig. Dat denkt hij echt. Van de vier heeft hij de meest authentieke wilskracht. In die zin vind ik hem ook het mooiste personage. Hij beweegt doelgericht naar voren, al heeft hij geen idee waar naartoe.”

Frederique

“Zij brengt de hormonen aan het tintelen bij de jongens, inclusief de oudere broer die even langskomt. Maar ze is ook een indringster, die hen zou kunnen verraden. Daardoor wordt ze niet alleen een object van begeerte, maar ook van afreageren. We hebben Frederique in het verhaal gebracht om de twee werelden in de film, de zolder en beneden, nog duidelijker te scheiden. Ze voegt een extra dimensie toe aan het decadente luxeleventje beneden. Want jongens zijn geďntrigeerd en gefascineerd door meisjes, helemaal op die leeftijd. Als Frederique bijvoorbeeld langs komt om te tennissen vergeten de jongens op slag om Ronnie eten te brengen.”

De casting

“Dat is een delicaat proces. De film staat of valt met de jongens, daar was ik me terdege van bewust. Ik heb eerder een film gemaakt, Maria op Zolder, met een achtjarig meisje. Laurien Van Den Broeck, die ik destijds voor die hoofdrol ontdekte. Ze was briljant. Hoewel ze onervaren was bleek ze in staat om zich een situatie levendig voor te stellen en er op commando volledig in op te gaan. Sindsdien weet ik waar ik bij jonge, onervaren acteurs op moet letten. Over Matthijs en Sander, die allebei acteerervaring hebben en zeer geschikt waren voor hun rollen als Arnout en Ronnie, waren we het snel eens. Voor de andere rollen hebben we zeker honderd jongens bekeken. Uiteindelijk vonden we Derk voor de rol van Victor. Een geschikte Simon hadden we kort voor de opnames nog altijd niet gevonden. Tot Erik langs kwam. Na twee keer testen wist ik dat hij onze Simon zou worden. Carolien ontdekte ik toevallig tijdens een wandeling door Amsterdam. Ik zag een meisje in een bootje en zei tegen mijn vriendin: dat is precies het type dat ik voor Frederique zoek. Zij wist dat het een actrice was, maar wist haar naam niet. Bij Kemna vond ik tussen tientallen foto’s van jonge, blonde actrices het gezicht van Carolien terug. We hebben een test met haar gedaan en ze bleek de ideale kandidate.”

Voorbereiding

“In de aanloop naar de opnames was het belangrijkste dat een band zou ontstaan tussen de vier jongens die elkaar nog niet kenden en zeer verschillende karakters hebben. De jongens met ervaring mochten de nieuwelingen ook niet overbluffen. Het moest een groep worden. Niet door samen gezellige dingen te doen, maar door aan de slag te gaan. Erik had minder ervaring dan Matthijs en Sander, maar hij leerde snel en al snel bleek dat hij meedraaide alsof hij niet anders kende. Ik heb tijdens de voorbereidingen uitgebreid met de jongens gepraat over hun personages en hoe ze op elkaar reageren. Want de dynamiek verandert vaak, afhankelijk van welke jongens bij elkaar staan. Erik moest zich er bijvoorbeeld van bewust zijn dat de primaire aandacht van Simon altijd bij Arnout ligt, zelfs als Frederique langs komt.”

Vormgeving

“Met Vincent de Pater, de art director, heb ik veel gesproken over de locaties, inrichting en kleurstelling. We wilden een film die zich wel afspeelt in de jaren zestig, maar die niet het gevoel heeft van een film uit die tijd. Het moest een hedendaagse film worden met jaren zestig-setting. Het moest zo authentiek mogelijk ogen, maar het was me tegelijk opgevallen bij de research dat veel vormen, kleuren en kleding uit die tijd ook vandaag nog in het straatbeeld te zien zijn. Daarom hebben we gezocht naar kleding en huizen van nu die bij die tijd passen.”

Stijl

“Als algemene benadering wilde ik zoeken naar de juiste distantie in de manier van filmen Soms gebeuren dingen net aan de rand of buiten beeld. Dat was met name belangrijk bij het filmen van de moord. Daar wilden we niet bovenop zitten, maar een bepaalde afstand of doorkijk bewaren.”

Montage

“De belangrijkste verandering ten opzichte van het script is dat de film bij de montage minder esoterisch is geworden. Vooraf dacht ik: als je de landerigheid van de kletsende jongens beneden laat zien, terwijl Ronnie op zolder zit, dan geeft dat de kijker gaandeweg vanzelf een onbehaaglijk en drukkend gevoel. Maar in de montage met Wouter Jansen hebben we toch een aantal van zulke scčnes ingekort en een paar schakelmomenten zwaarder aangezet. Bijvoorbeeld in de scčne als de jongens beneden dansen met Frederique hebben we een shot ingevoegd van Ronnie bij het raam, waardoor het lijkt dat hij tegelijkertijd naar de muziek luistert. Ik merkte dat het zo dichter bij de essentie kwam die ik wilde vertellen: de simultaniteit van de decadente leefwereld beneden en de eenzame figuur boven.”

Bloedbroeders film - bloedbroeders